Tekstfragment:Handleiding voor 'moeilijke' kinderen

Uit Digitaal Katholiek Erfgoedhuis

Ga naar: navigatie, zoeken

"Een andere categorie van kinderen, welke een bijzondere verzorging nodig hebben, zijn de moeilijk-opvoedbare kinderen. Hiertoe behoren:

a) kinderen met psychotische afwijkingen: gevallen van jeugdige krankzinnigheid; abnormale kinderen;

b) psychopathische kinderen met bijzondere karakterafwijkingen;

c) zenuwachtige kinderen met neurotische verschijnselen;

d) verwaarloosde kinderen;

e) misdadige kinderen en asociale kinderen.


De moeilijk opvoedbaarheid blijkt o.a. uit:

a) agressiviteit (driftbuien, vernielzucht, plaagzucht, wreedheid)

b) neurotische verschijnselen (overgevoeligheid, prikkelbaarheid, angst, wrang, eenzelvigheid, onrust, verhoogde afleidbaarheid),

c) ziekelijke neigingen (koppigheid, steelzucht, liegen, fantaseren, hardnekkig spijbelen)

d) seksuele stoornissen (o.a. vroegrijpheid),

e) spraakgebreken (stotteren, stamelen, lispelen) vaak gepaard gaande met minderwaardigheidsgevoelens.


[...]


De oorzaken van de moeilijkheden zijn zowel in de aanleg als in het milieu gelegen, zoals b.v. huiselijke moeilijkheden, slechte kameraden, verwaarlozing enz.; ook lichamelijke stoornissen spelen dikwijls een rol.

Soms zal door verbetering van het milieu reeds veel bereikt worden; in andere gevallen zal verandering van milieu noodzakelijk zijn. Ook pedagogische maatregelen kunnen dikwijls veel helpen. Indien het enigszins mogelijk is, moet het kind in de huiselijke omgeving blijven; wanneer dit niet gaat, is gestichtsopvoeding of gezinsopvoeding onder deskundig toezicht noodzakelijk. Voor kinderen die in een gesticht zijn opgevoed, in het bijzonder voor voogdij- en Regeringskinderen, is een bijzondere nazorg gewenst."

Beschrijving

Een fragment uit een ‘handleiding’ (uit 1948) voor katholieke sociaal-werkenden. Hieruit blijkt dat lang niet alle kinderen die bij de Medisch Opvoedkundige Bureaus terecht kwamen gek waren: ook kinderen die bijvoorbeeld onrustig, brutaal of verwaarloosd waren konden bij een MOB terecht.

Uit het tweede deel van dit fragment blijkt dat men het hele milieu van het kind verantwoordelijk hield voor het geestelijk ‘onwel’ zijn. Maar, als hervorming van de leefomgeving niet werkte dan moest men het kind toch overplaatsen naar een gesticht waar het onder professioneel toezicht zou kunnen genezen.


Jaar: 1948.

Auteur: © Pastoor H. Bless.

Herkomst: H. Bless, Katholieke Geestelijke Gezondheidszorg in Nederland. Een beknopte handleiding en wegwijzer (Roermond 1948).


Eigenschappen voor type “Handleiding voor 'moeilijke' kinderen”

Er zijn 0 eigenschappen die gebruik maken van dit type.
Persoonlijke instellingen