Sint Vincentiusvereniging

Uit Digitaal Katholiek Erfgoedhuis

Ga naar: navigatie, zoeken
De Heilige Vincentius à Paulo

In 1833 richtte de jonge Franse student Frédéric Ozanam samen met zes medestudenten in Parijs een kleine vereniging op. Het doel was zelfheiliging door persoonlijke inzet voor de christelijke naastenliefde. Deze ‘conferentie’ werd onder bescherming gesteld van de Heilige Vincentius à Paulo (1581-1660), de patroon van alle liefdewerken.


Inhoud

Sint Vincentius in Nederland

De Nederlandse tak werd in 1846 te Den Haag opgericht. De oprichters, P.W.J. de Vetter en drie van zijn vrienden, meldden hun ‘conferentie’ in datzelfde jaar nog aan bij de internationale Vincentiusvereniging. De vereniging breidde zich in 1846 en de daaropvolgende jaren snel uit over heel Nederland. Ons land had in 1865 115 conferenties die zorgden voor 4675 gezinnen; in 1905 waren dat 214 conferenties voor 8586 gezinnen en in 1935 had ons land 472 conferenties voor 16362 gezinnen. De conferenties waren vaak aan een parochie gebonden en werden op lokaal niveau verenigd in de ‘Bijzondere Raad’.


Doelstellingen

'Heertjes met de hoge hoed'

Materiële hulp als bonnen voor voedsel en kleren kwam eerst, maar het uiteindelijke doel was toch de verbetering van de morele status van de gezinnen. Een gezin werd dan ook alleen maar bezocht als het arm was én op een laag zedelijk peil stond; als de familie ‘slechts’ in armoede leefde moest ze naar de lokale armenraad gaan.

Er werd van de leden van de Vincentiusvereniging verwacht dat ze arme gezinnen in hun omgeving bezochten en met deze mensen een band opbouwden. Wederzijds vertrouwen was heel belangrijk. De ontvangende armen hebben dit echter vaak als paternalistisch en zelfs bemoeiziek ervaren: het is nu eenmaal vernederend om je hand op te moeten houden en tegelijkertijd onder scherpe controle te staan.

Vrouwen mochten tot 1948 geen lid worden; gemengde conferenties werden pas na tien jaar toegestaan. Leden waren bijna altijd welgestelde mannelijke leken van ‘onbesproken gedrag’. De financiering van de werkzaamheden kwam dan ook grotendeels van deze gegoede burgers. Priesters konden wel werkend lid worden maar waren niet welkom in het bestuur.

Uitbreiding van activiteiten

De Vincentiusvereniging is nog steeds actief.

Door hun werkzaamheden kwamen de leden van de Vincentiusvereniging erachter dat de oorzaken van de problemen van de armen vaak lagen bij grote structurele problemen in de maatschappij. Naar aanleiding van dit besef breidde ze haar activiteiten uit naar onder andere het bouwen van scholen, het opzetten van bibliotheken, de kinderbescherming en zelfs de reclassering.


Vernieuwing

In de jaren vijftig werden veel van de problemen die de armen teisterden door de snel groeiende welvaart opgelost. De kwaliteit van de woningen nam toe, de lonen van arbeiders werden beter en gezinnen werden kleiner. De verzorgingsstaat ontstond waardoor de levensbeschouwelijk georganiseerde gezondheidszorg niet meer maatschappelijk relevant werd geacht. Ook nam de roep om het beeld van het typische Vincentiuslid als belerend, rijk mannetje te doorbreken toe. De Vincentiusvereniging ging vernieuwen: vanaf 1960 werd ze actief in onder andere de Derde Wereld, Oost-Europa, verslavingszorg, telefonische hulpdiensten en het vragen van aandacht voor de armen aan de politiek.



Verwijzingen

Beeld- en bronmateriaal

Literatuur

  • J. Evers, Geen liefdewerk is ons vreemd. 150 jaar Vincentiusvereniging in Nederland (Den Haag 1996).
  • Vincentiusvereniging Nederland, 150 jaar internationale Vincentiusvereniging (speciaal nr. van Vincenpaul, april 1983), (Den Haag 1983).
  • Vincentiusvereniging Nederland, Onderweg. Een kader voor een beleid, Vincentiusvereniging Nederland 1994-2000 (Den Haag 1994).
  • T. Duffhues, A. Felling en J. Roes, Bewegende Patronen. Een analyse van het landelijk netwerk van katholieke organisaties en bestuurders 1945-1980 (Baarn 1985).
  • Erasmusplein, 'Het heertje met de hoge hoed verdwijnt. De Vincentiusvereniging in Nederland' (Erasmusplein, jaargang 11, 2000, nr.3 ).

Externe links

Persoonlijke instellingen