Pax Christi Nederland

Uit Digitaal Katholiek Erfgoedhuis

Ga naar: navigatie, zoeken
In mei 1948 werd de katholieke vredesbeweging Pax Christi (Latijn voor: Vrede van Christus) Nederland opgericht, als onderdeel van Pax Christi International. De beweging had als doel een bijdrage te leveren aan vrede en verzoening tussen volkeren. Door de jaren heen heeft Pax Christi geprobeerd dit op verschillende manieren te realiseren, in binnen- en buitenland. In 1966 werd het Interkerkelijk Vredesberaad opgericht door katholieke en protestantse kerken in Nederland met de bedoeling om de vrede onder de aandacht te brengen. In 2005 fuseerde het IKV met Pax Christi Nederland, waarna de organisatie verder ging als IKV Pax Christi.


Inhoud

Pax Christi International

De wortels van Pax Christi International zijn te vinden in Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog en de periode kort erna. Mevrouw Dortel-Claudot wilde de Duitse en Franse katholieken verenigen door een voettocht voor de vrede te organiseren. Hiervoor werd toestemming gevraagd aan de hogere geestelijkheid, waarna ze in contact kwam met Mgr Théas, bisschop van Montauban. Mgr. Théas had zelf gevangen gezeten in een Duits concentratiekamp en steunde het initiatief. De voettochten waren een groot succes. In 1946 verscheen een tijdschrift waarna men gebruik ging maken van de naam Pax Christi International. In 1950 volgde de officiële oprichting van Pax Christi International met kardinaal Feltin als voorzitter. Feltin gaf de beweging de woorden gebed, studie en actie mee, om te voorkomen dat de beweging “de zoveelste vrome, brave, burgerlijke gebedsbeweging” werd . De invulling van deze woorden in het vredeswerk verschilde door de jaren heen.


Oprichting van de Nederlandse sectie

Bernard Alfrink tijdens een voettocht in 1960
De Nederlandse afdeling werd in de wachtkamer van station Utrecht opgericht. Om meer bekendheid te genereren voor de nieuwe organisatie organiseerde de groep een reis naar het Pax Christi congres in 1949, te Lourdes. Dit werd een groot succes. Het intense contact met jongeren uit alle landen en de gelijkwaardige omgang tussen geestelijken en leken maakte grote indruk. In de beginjaren bestonden de activiteiten vooral uit gebedsbijeenkomsten en gespreksavonden. Ook probeerde men een internationaal netwerk aan contacten op te zetten.

Over de gewenste bestuurlijke structuur van de Nederlandse Pax Christi beweging was in het begin nog niet veel vastgelegd, wel dat er een voorzitter uit de kerkelijke hiërarchie moest komen. Deze is er in 1952 dan ook gekomen, in de persoon van Bernard Alfrink, toen co-adjutor van aartsbisschop de Jong. Met deze constructie plaatste de organisatie zich in een tussenpositie; aan de ene kant ingebed in de katholieke structuur door een hoge geestelijke als voorzitter, aan de andere kant bleef het een spontane, dynamische beweging, met weinig afstand tussen geestelijken en leken. Pax Christi beschouwde zichzelf ondanks de voorzitter uit de kerkelijke hiërarchie, daarom niet als een kerkelijke, maar juist als een lekenbeweging.

Pacem in Terris

Paus Johannes XXIII toonde grote betrokkenheid bij het vredesprobleem, onder andere door de publicatie van de Pacem in Terris in 1963. In deze encycliek vroeg de paus aandacht voor de verbroedering van de wereldgemeenschap. In hetzelfde jaar publiceerde Pax Christi het rapport Met Pacem in Terris onderweg. Dit rapport kwam qua gedachtegoed erg overeen met Pacem in Terris en het begin van het Tweede Vaticaans Concilie. De kern van Met Pacem in Terris onderweg was dat de vredesbeweging met praktische oplossingen moest komen om vrede op aarde te brengen.

Koerswijziging in de jaren ’60

In de jaren ’60 vond een omslag plaats waarvan het vice-voorzitterschap van Wim Schuijt onderdeel uitmaakte. Schuijt zette zich in eerste instantie in voor een professionalisering. Hij was geen voorstander van de verzuiling en beperkte zich bij het zoeken naar bestuursleden niet tot de KVP-politici. Geert Ruygers, die zich binnen de PvdA bezig hield met vredesvraagstukken, werd bijvoorbeeld verwelkomd.

Daarnaast vond Schuit dat Pax Christi zich meer met de praktische kant van het vredeswerk moest bezighouden. Het spirituele moest niet losgelaten worden, ware vrede zou er toch pas aan het einde der tijden komen. Tijdens een bestuursvergadering zei Schuijt “dat wanneer iemands auto stuk was, men altijd nog meer had aan een slechte monteur dan aan een dominee”. Schuijt wilde meer aandacht besteden aan de wetenschappelijke visie op het vredesvraagstuk. Door middel van studie en voorlichting hoopte Schuijt een nieuwe oorlog te kunnen voorkomen.

Al vanaf de jaren ’60 was er binnen Pax Christi ook aandacht voor het realiseren van de vrede in gebieden buiten Nederland. Het Midden-Oosten is er daar een van. De werkgroep Commissie Internationale Zaken Midden-Oosten (CIZMO) hield zich bijvoorbeeld bezig met het conflict tussen Israël en Palestina, waarbij het CIZMO een pro-Palestijns standpunt in nam, in tegenstelling tot de heersende publieke opinie in Nederland. Binnen Nederland zette Pax Christi zich in voor de dienstweigeraars en tegen de kernwapens. Daarnaast probeerde de beweging bij te dragen aan de vrede door middel van gebed en gesprek.

Jaren '70: Oost-Europa en kernwapens

In 1977 werd een commissie opgericht ter verbetering van de contacten tussen Oost- en West Europa. Ten tijde van de Koude Oorlog waren de contacten tussen de Verenigde Staten en de Sovjetunie uiterst gespannen. Dit beïnvloedde ook andere gebieden in de wereld, waaronder Europa. Oost Europa viel binnen de invloedssfeer van de Sovjetunie. Het leggen van contacten ging niet altijd even voorspoedig omdat men niet wist met wie men de dialoog kon aangaan. Bij het leggen van contacten met vredesbewegingen in Oost-Europa was het bovendien lastig om een balans te vinden tussen het respecteren van de mensenrechten en begrip tonen voor de standpunten van communistische vredesbewegingen. Vooral dat laatste zorgde ervoor dat Pax Christi af en toe “Marx Christi” werd genoemd. Contact leggen met dissidenten zou de relatie met het regime in gevaar kunnen brengen.

Pax Christi probeerde niet alleen via contacten met vredewerkers in Oost Europa tot ontspanning te komen, maar ook door de strijd tegen kernwapens. Het IKV kwam met de campagne “Help de kernwapens de wereld uit, om te beginnen uit Nederland”. Pax Christi nam in eerste instantie een aarzelende houding aan, waardoor de aandacht op dit gebied verschoof naar het IKV. Ook binnen Pax Christi, veel leden werden actief in IKV-groepen. Pas na lang aarzelen ging Pax Christi meewerken aan de IKV campagne. Een ander aandachtsgebied van Pax Christi is Latijns Amerika, met Colombia en Cuba in het bijzonder. Een voorbeeld is het Anti-ontvoeringsproject in Colombia.

Bezinning in de jaren ’80

Protest bij de poolse ambassade
In de jaren ’80 besloot Pax Christi de aandacht te gaan richten op een kleiner aantal onderwerpen.

De nadruk kwam meer te liggen op onderwerpen als kernwapens en dienstweigering. Om dit in goede banen te leiden werden commissies opgericht. Dit was geen nieuw verschijnsel, maar er werd wel meer nadruk op gelegd.

Het bezoek van paus Johannes Paulus II in 1985 vond plaats in een roerige tijd. Rome had een aantal conservatieve bisschoppen in Nederland benoemd en daar was niet iedereen even enthousiast over. De toespraak die de paus hield voor het Internationale Hof van Justitie was niet wat Pax Christi er van verwacht had. De paus bracht niet de gewenste morele ondersteuning voor onveilige gebieden in de wereld waar Pax Christi zich mee bezig hield, zoals Afghanistan en Guatemala. Voor veel katholieken was het bezoek van de paus een reden om zich te bezinnen op de eigen katholieke identiteit. Het Pausbezoek in 1985 vormde ook een aanleiding voor Pax Christi om zich te bezinnen op haar bestaansgrond als katholieke vredesbeweging. Wilde Pax Christi haar katholieke identiteit vasthouden? En op welke manier dan? De toenmalige voorzitter van de beweging, Mgr Ernst, bisschop van Breda, wees er op dat Pax Christi een zelfstandige beweging was en dat het ethisch-politiek denken van Pax Christi zich binnen de hoofdstroom van het ethisch-politieke denken van de katholieke kerk bevond.

Pax Christi Voettochten

De “kruistochten voor gebed en vrede” waar Pax Christi International in 1946 mee begon, werden vanaf 1958 overgenomen en jaarlijks georganiseerd door Pax Christi Nederland. In 1957 introduceerde Pax Christi-lid pater Piet Verkoelen het plan om ieder jaar rond Pasen een voettocht voor alle eindexamenkandidaten van katholieke middelbare scholen te organiseren. Andere katholieke jongeren waren ook welkom. Door massale deelname werden de Voettochten een bekend onderdeel van het werk van de beweging. Veel leden kwamen in aanraking met Pax Christi via de Voettochten. Vanaf 1965 werden de banden wat losser tussen de apart opgerichte stichting Pax Christi Voettochten en Pax Christi Nederland. Verkoelen had de nodige weerstand ervaren bij de oprichting in 1957, dus toen enige jaren later het bestuur de vruchten wilde plukken van het succes van de Voettochten, achtte Verkoelen de Voettochten niet het forum om jongeren te binden aan de idealen van Pax Christi. De deelnemers verzamelden zich in Den Bosch en werden met hun kapittel, een groep van ongeveer 22 deelnemers, naar hun startpunt gebracht. Alle routes kwamen samen in de Sint-Janskathedraal.

In de jaren ’80 liep het aantal deelnemers aan de Voettochten terug, waarna in 1984 de stichting Voettochten opgeheven. Behalve de secularisering was de stagnerende strijd tegen kernwapens medio jaren '80 hier waarschijnlijk debet.

Persoonlijke instellingen