Pasen

Uit Digitaal Katholiek Erfgoedhuis

Ga naar: navigatie, zoeken

De belangrijkste feestdag voor de katholieken is Pasen. Pasen komt van het Hebreeuwse woord Pesach, dat het Joodse paasfeest aanduidt. Pesach is een lentefeest waarmee de Joden de bevrijding van de slavernij in Egypte vieren. De christenen hebben de naam overgenomen. Christenen vieren met Pasen de verrijzenis van Jezus Christus uit de dood. De paasdatum is veranderlijk en aan de hand van deze datum worden elk jaar ook alle andere veranderlijke feestdagen vastgesteld (bv. Aswoensdag of Pinksteren). De viering van Pasen bestaat uit twee onderdelen: de Paaswake in de zaterdagnacht en de mis op Paaszondag. De Paaswake is het belangrijkst. Het is een van de oudste onderdelen van de christelijke paasviering.

In de Middeleeuwen kwam de Paaszondag steeds meer los te staan van de overige Paasdagen (Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paaszaterdag). Bovendien werd de Paasnachtviering steeds vaker al op zaterdagmorgen gevierd. In 1951 werd hier verandering in aangebracht. De Paaswake werd voortaan weer in de nacht van zaterdag op zondag gevierd. Bij het Paasfeest zijn ook veel gebruiken aanwezig die niet zozeer Christelijk zijn, maar meer te maken hebben met folkloristische feesten die het begin van de lente vieren, zoals het zoeken naar paaseieren.

Persoonlijke instellingen