Maarten Luther

Uit Digitaal Katholiek Erfgoedhuis

Ga naar: navigatie, zoeken

Luther(1483-1546) groeide op in een tijdvak dat volkomen in het teken van de dood stond. De pest sloeg hard toe in Europa, de dood was een dagelijkse realiteit. Ook Luther verloor tijdens zijn studietijd in het Duitse Erfurt drie van zijn vrienden. Toen hij vervolgens in een zwaar noodweer verzeild raakte, beloofde hij God in een streng klooster in te treden en een sober leven te leiden van gebed en boetedoening, dat alleen op God was gericht. Zo hoopte Luther de verlossing van zijn ziel na de dood te verzekeren. Eenmaal in het klooster (vanaf 1505, van de augustijner eremieten van de strenge observantie) ontdekte hij geleidelijk dat de katholieke kerk niet alleen een geestelijk toevluchtsoord was, maar ook een bolwerk van macht dat over de sacramenten als spirituele machtsmiddelen beschikte: om in de hemel te komen, was het noodzakelijk dat men sacramenten ontving. De kerk bepaalde of iemand wel of geen sacramenten ontving en had daarmee in een tijd, waarin het leven na de dood zo centraal stond, veel macht. Luther begon zijn kritische inzichten te ontwikkelen na een reis naar Rome (1510) waar hij met de pracht en praal van het pausdom werd geconfronteerd.

Persoonlijke instellingen