Katholieken en antisemitisme

Uit Digitaal Katholiek Erfgoedhuis

Ga naar: navigatie, zoeken

Een dubbel gezicht.
Nederlandse katholieken en het antisemitisme

door Theo Salemink

Vaak wordt gedacht: de Nederlandse katholieken hadden, net als elders, anti-joodse voordelen, kenden een antisemitische mentaliteit en hebben weinig gedaan voor de joden in de oorlog.

Inhoud

Klopt het beeld van antisemitische katholieken?

Nee, niet helemaal. Voor Nederland is er eerder sprake van een dubbel gezicht. De Nederlandse katholieken waren zelf sinds de zestiende eeuw een achtergestelde minderheid en die herinnering speelde zeker mee in hun houding tegenover de joodse minderheid in Nederland. De hoofdstroom van zuil en kerk veroordeelde het moderne antisemitisme dat in Europa na 1870 opkwam en deed dat opnieuw in de jaren dertig, toen de nazi’s een dodelijke vervolging van de Europese joden begonnen. Men vond het antisemitisme onchristelijk, maar ook gevaarlijk voor de burgerrechten van de joodse minderheid in de nieuwe democratische natiestaat Nederland. Met een woord van de politicus Johannes Veraart uit 1938: joden zijn ‘deel van ons volk’. Wellicht speelde ook eigenbelang een rol: vandaag de joodse minderheid aangepakt, morgen de katholieke minderheid. In dit opzicht week katholiek Nederland af van de katholieken in landen als Duitsland, Frankrijk of Oostenrijk. Daar was het antisemitisme onder katholiek breder aanwezig.

Kwam het antisemitisme dan in het geheel niet voor in het katholieke milieu van Nederland?

Een zijstroom in de katholieke wereld, die bang was voor de ontwrichtende gevolgen van de snelle modernisering, zagen in de joden de exponenten van een gevaarlijke moderniteit. Eind negentiende eeuw waren dat conservatieve ultramontaanse katholieken. In de crisis van het interbellum ging het om sociaal geëngageerde culturele katholieken die afgaven op joodse kapitalisten en joodse machthebbers. Een speciale groep uit die tijd wordt gevormd door de litaraire beweging van Katholieke Jongeren, van wie sommigen een hang naar het fascisme ontwikkelden. Vanaf begin jaren dertig ontstaat bij hen de tendens om het jodendom verantwoordelijk te stellen voor het ‘verval van het christelijk avondland’. Allerlei pseudo-wetenschappelijke theorieën over raseigenschappen gaan dan ook een rol spelen, ondanks de officiële katholieke afwijzing van elke vorm van racisme. Ook binnen het kerkelijk kader drong dit moderne antisemitisme door. Dat kan men bijvoorbeeld aantreffen in de publicaties van twee seminarieprofessoren, de pater dominicaan J. van der Ploeg en de wereldheer Tony Ariëns, die nog in de oorlog een agressieve vorm van politiek en zelfs raciaal antisemitisme verkondigden en de burgerrechten van de joodse minderheid aan banden wilden leggen, dit alles op basis van ‘moderne’ wetenschappelijke inzichten. Alle katholieken, antisemiet of niet, geloofden overigens dat de kerk de synagoge vervangen had, dat de joden schuldig waren aan een ‘godsmoord’ en dat zij daarom een vloek dragen ‘tot het einde der tijden’, om zich dan alsnog te bekeren.

Zweeg het Nederlands episcopaat in de oorlog?

In Nederland zweeg het episcopaat niet. Dat was mede te danken aan de stoere ‘eilander’ die aan het hoofd van de kerk stond, de aartsbisschop van Utrecht Jan de Jong. Hij protesteerde in de zomer van 1942 openlijk tegen de deportatie van de joden in Nederland, samen met de meeste protestantse kerken. Alleen de Hervormde Kerk zag onder zware druk af van een publiek protest. Het ging hier niet om een protest tegen de deportatie van katholieke joden, maar van alle Nederlandse joden. De Duitsers reageerden met represailles door ruim 200 van de ongeveer 1000 katholieke joden in Nederland op te pakken. In 1943 verbood de aartsbisschop katholieke politiemensen, machinisten en ambtenaren om hand- en spandiensten te verlenen aan de deportatie. Hij noemde het een gewetenszaak, een zwaar woord in de katholieke traditie. Dit verbod had overigens niet het gewenste effect.

Kortom?

Uit recent onderzoek is duidelijk geworden dat nagenoeg alle katholieken geloofden dat de kerk de synagoge vervangen had (substitutie) en dat de joden een vloek met zich meedroegen vanwege de weigering Jezus als messias te erkennen. Dat bepaalde katholieke groeperingen niet immuun waren voor het moderne antisemitisme. Maar ook dat de hoofdstroom van de katholieke wereld weinig moest hebben van het moderne antisemitisme. Omdat de katholieken in Nederland, anders dan in andere landen, een achtergestelde minderheid waren geweest gedurende eeuwen van schuilkerk en nu bezig waren zich binnen de democratische rechtstaat te emanciperen, zag de hoofdstroom van de katholieke wereld de emancipatie van de joodse minderheid als verwant.

verwijzingen

Literatuur

  • Marcel Poorthuis en Theo Salemink, Een donkere Spiegel. Nederlandse katholieken over joden. Tussen antisemitisme en erkenning, 1870-2005, Nijmegen 2006.
Persoonlijke instellingen