Jos Viegen

Uit Digitaal Katholiek Erfgoedhuis

Ga naar: navigatie, zoeken

Pater Jos Viegen (Maastricht 1871 - Stein 1936) trad in 1892 toe tot de Missionarissen van het Heilig Hart (MSC). Hij werkte het grootste gedeelte van zijn missietijd in het vicariaat van Nederlands Zuid Nieuw-Guinea. Hier deed hij voornamelijk etnografisch onderzoek naar de lokale bevolking. Na zijn definitieve terugkeer uit de missie in 1920 bleef hij tot aan zijn dood intensief betrokken bij de missie in Nederland.

Inhoud

Levensloop

Joseph J. Hubertus Viegen werd geboren op 24 oktober 1871 te Maastricht. Hij trad op 25 september 1889 toe tot de Apostolische School te Tilburg, waar hij filosofie en theologie studeerde. In 1892 trad Viegen in bij de Missionarissen van het Heilig Hart en werd in 1897 tot priester gewijd. Na zijn priesterwijding vertrok pater Viegen naar Nieuw Pommeren. Dit gebied werd in 1884 toegeëigend door Duitsland en behoorde vanaf 1890 tot het apostolisch vicariaat van de Missionarissen van het Heilig Hart. In 1904 werd pater Viegen missieoverste op Langgoer. Van 1909 tot 1915 was pater Viegen pastoor te Wendoe (Zuid Nederlands Nieuw-Guinea). Toen werd het namelijk mogelijk om de missie in Nieuw-Guinea uit te breiden, door middel van het stichten van bijstaties rondom Merauke. In 1915 keerde hij, waarschijnlijk ziek, terug naar Langgoer. In 1920 vertrok pater Viegen definitief terug naar Nederland. Hier was hij intensief betrokken bij de missieactie, zoals deze georganiseerd werd vanuit Tilburg. Pater Jos Viegen overleed op 11 november 1936 in het missiehuis te Stein, Limburg, aan de gevolgen van een longontsteking.

Etnografisch onderzoek in Nederlands Zuid Nieuw-Guinea

Pater Viegen was zeer geïnteresseerd in de cultuur van de Marind-anim en stond bekend als de antropoloog onder de paters. Hij toonde vooral een grote belangstelling voor het denken en doen en de levensbeschouwing van de Marind. Viegen bestudeerde onder andere de oude taal, de oorsprongsmythes en rituelen. Zijn bevindingen werden gepubliceerd in onder andere de Annalen van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart. Een groot deel van zijn aantekeningen is echter nooit gepubliceerd.

Tijdens zijn missieverblijf is pater Viegen twee maal mee gegaan met de militaire exploratietochten om etnografisch materiaal te verzamelen. De eerste expeditie vond plaats in 1911. Per boot trokken 76 man de rivier de ‘Antassan’ in. De volken die zij tegenkwamen op verkenningstocht, waren allen koppensnellers. Pater Viegen gaf aan dat deze stammen nog bekeerd dienden te worden. Een tweede exploratietocht in 1912 ging te voet naar het Noordoosten van het Nederlands deel van Nieuw Guinea, op zoek naar de Fly-rivier (onbekend gebied).

De oude taal

Pater Viegen hield zich bezig met de betekenis en de herkomst van bepaalde woorden. Eerder linguistisch onderzoek gedaan door pater Jos van de Kolk hield zich enkel bezig met het opstellen van woordenlijsten, het bestuderen van Marindinese hulpwerkwoorden en uitspraak. Enkele oude woorden voor Dema’s, dieren en planten waren echter voor Pater Viegen moeilijk te verklaren. Om dit te verklaren ontwikkelde hij de filosofie dat er eeuwen eerder een oudere taal op het eiland had bestaan, die gebaseerd was op het Maleis-Javaans en werd gesproken door de voorouders van de Marind-anim.

Dema’s en oorsprongslegende

De Marind-anim geloofden in Dema’s, een soort bovennatuurlijke geestelijke machten. De Marind zouden het Kondogebied (ten zuidoosten van Merauke) als hun land van oorsprong zien, een plek waar de dema’s en de natuurgeesten zich bevonden. In het verre oosten zouden de voorouders van de Marind vanuit de zee aan land zijn gekomen en contact hebben gelegd met de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Guinea. Samen de paters Geurtjens en pater Jos van de Kolk onderzocht pater Viegen de Dema ‘Geb’. Paters Geurtjens en Jos van de Kolk zagen de mythe rondom de Dema Geb als een verwarrend verhaal. Pater Viegen daarentegen vroeg zich naar aanleiding van deze mythe af of de Marind-anim pantheïstisch waren. De Dema Geb werd gezien als de hoofdfiguur binnen deze religie. Ook koppelde Viegen deze mythe aan de traditie van het koppensnellen, omdat de mythe spreekt over het gesneld worden en de verdeling van het lichaam van Geb. Viegen merkte op dat het hier om een vorm van totemisme ging. Elk van de stammen nam een lidmaat mee van Geb en de nakomelingen vereren elk lid als het levensbeginsel van de eigen stam. Op deze manier verpersoonlijkt elk volk in zijn geheel de aartsvader.

Het koppensnellen

Het meest uitgebreid deed Viegen onderzoek naar koppensnellen. Pater Viegen kreeg de mogelijk de kans om deze rituelen bij te wonen: een unieke positie binnen dit onderzoek. De verklaring die de Marind zelf gaven voor het koppensnellen was louter dat ze nieuwe kindernamen nodig hadden. Pater Viegen benadrukte ook dat het roven van kinderen erg belangrijk was. Volgens Viegen werd er bij de dood van de geroofde kinderen vaak meer getreurd dan bij de dood van hun eigen kinderen. Volgens pater Viegen ging de Marind niet alleen op sneltocht in de droge periode, maar ook in de natte periode waarin het land onder water kwam te staan. Viegen keurde het koppensnellen af, maar had tegelijkertijd ook een soort nieuwsgierigheid en bewondering voor dit ritueel.

Wereldbeeld van de Marind-anim

Pater Viegen zag de Marind-Anim als de ‘verdierlijkste oermenschen’. Hij achterhaalde het Marindineze kalenderjaar. Het jaar verdeeld in 2 semesters, die werden vernoemd naar het klimaat dat er op dat moment heerste of naar de wind vernoemd. Elk seizoen werd opgedeeld in 2 jaargetijden. Gedurende de jaren vierden de Marind op bepaalde tijden telkens andere feesten. Zo zou volgens Viegen het majofeest om de 8 jaar hebben plaatsgevonden. Het begin van elk jaar werd, net als bij andere oude volken, gevierd omtrent de lentenacht-evening. Ook komt naar voren, in de brieven van pater Viegen, dat de Marind-anim geen begrip hadden van geld als betaal of ruilmiddel en vooral dachten in de producten die ze wilden hebben.

Bibliografie

Viegen, Jos, Oorsprongs- en afstammingslegenden van den Marindinees (Zuid Nieuw-Guinea) (Leiden 1912).

Viegen, Jos, ‘De Marindineezen van Ned. Nieuw-Guinea’, Tijdschrift Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap (1911), 110-119.

Viegen, Jos, Oorsprongs- en afstammingslegenden van den Marindinees (Zuid Nieuw-Guinea), Tijdschrift Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (1912), 137-153.

Viegen, Jos, ‘De zoete aardappen in Ned. Z. Nieuw Guinea’, Almanak (1916), 73-76.

Viegen, Jos, ‘Brief van ZeerEerw. Pater Viegen’, Annalen 24 (1906), 361-364.

Viegen, Jos, ‘Uit een brief van den Weleerw. Pater Jos. Viegen, uit Maastricht’, Annalen 30 (1912), 196-197.

Viegen, Jos, ‘Op verkenning’, Annalen 30 (1912), 296.

Viegen, Jos, ‘Katechismusles bij de Marindineezen van Nederlandsch Nieuw-Guinea’, Annalen 31 (1913), 83-84.

Viegen, Jos, ‘Katechismusles bij de Marindineezen van Nederlandsch Nieuw-Guinea’, Annalen 31 (1913), 104-106.

Viegen, Jos, ‘Een tocht naar de noord-west-rivier’, Annalen 31 (1913), 262-263, 278-281, 296-299, 330-331, 347-349, 361-362, 374-376.

Viegen, Jos, ‘Iets over de Geestenwereld der Marindineezen’, Annalen 32 (1914), 58-59.

Viegen, Jos, ‘Andermaal op ontdekkingsreis’, Annalen 32 (1914), 98-101, 116-118, 135-139, 165-167, 197-199, 245-248, 264-266, 293-295, 308-310, 345-346, 371-375.

Viegen, Jos, ‘De Tatit-mehèn (*) of Overlevering der Marindineezen’, Annalen 33 (1915), 197-198.

Viegen, Jos, ‘Marindineesche opvattingen en gebruiken’, Annalen 33 (1915), 344-346.

Viegen, Jos, ‘Het Marindineesche kalenderjaar’, Annalen 34 (1916), 42.

Verwijzingen

Literatuur

  • Baal, J. van, Ontglipt verleden. Verhaal van mijn jaren in een wereld die voorbij ging (Franeker, 1986).
  • Baptist, H. e.a, Een kwarteeuw apostolaat: Gedenkboek bij het zilveren jubileum van de missie in Nederlansch- Nieuw-Guinea en de Molukken 1903-1928 (Tilburg, 1928).
  • Boelaars, J., Met de Papoa’s samen op weg. Deel 1: De pioniers. Het begin van een missie (Kampen, 1992).
  • Cornelissen, J. F. L. M, Pater en papoea: Ontmoeting van de Missionarissen van het Heilig Hart met de cultuur der papoea's van Nederlands Zuid-Nieuw-Guinea (1905-1963) (Kampen, 1988).
  • Dorren, Gabrielle Maria Elisabeth, Door de wereld bewogen: geschiedenis van de Nederlandse Missionarissen van het heilig Hart (MSC) (Hilversum, 2004).

Bronnen

Persoonlijke instellingen