Huwelijk en gezin

Uit Digitaal Katholiek Erfgoedhuis

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Vóór het huwelijk

Huwelijkskandidaten

Tot in de jaren 1950 heeft de kerk een grote invloed gehad op het huwelijksleven van de Nederlandse katholieken. Dat begon al bij de keuze van de huwelijkspartner, die bij voorkeur katholiek moest zijn. Als katholiek mocht je niet trouwen met iemand met een ander geloof of erger nog: zonder geloof. Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen, werd er gezegd. Wilde het paar toch trouwen dan moest de niet-katholieke partner zich tot het katholicisme bekeren en zich laten dopen. Vóór het huwelijk moest hij of zij nog een aantal vragen beantwoorden, om te laten zien voldoende van het katholieke geloof af te weten. Vanaf de jaren vijftig was ook de ingezegening van gemengde huwelijken mogelijk. De niet-katholieke partner moest dan wel beloven dat de kinderen katholiek zouden worden opgevoed en de plechtigheid was soberder dan bij een huwelijk tussen twee katholieken. Sinds 1967 erkennen de katholieke kerk en de protestantse kerken elkaars doop. Sindsdien staat de katholieke kerk toleranter tegenover gemengde huwelijken, hoewel zij ze afraadt.

Verloofdencursus

Inleiding van een huwelijkscursus
Wie wilde trouwen kon een katholieke verloofden- of huwelijkscursus doen. Deze cursussen verschilden sterk per periode en plaats waar ze gehouden werden. Zo waren er stichtelijke cursussen aan het begin van de eeuw, waarin er vooral op gehamerd werd niet onzedelijk te handelen (geen seks voor het huwelijk, elkaar niet teveel aanraken) en zoveel mogelijk kinderen voort te brengen. In de jaren zestig kwamen er cursussen, die ook aan praktische zaken, zoals het kopen van een huis en de opvoeding van kinderen, aandacht gaven.

Ook nu nog (of weer) worden er verloofdencursussen gegeven. Sommige zijn sterk aangepast aan deze tijd en de algemene huidige moraal, andere willen juist tegenwicht bieden tegen die vrijere moraal.

Huwelijksbiecht

Voordat een paar kon trouwen, moest eerst de huwelijksbiecht worden afgelegd. Niet zelden gaf de pastoor of kapelaan dan een kleine seksuele voorlichting. Van belang was dat er geen 'zaad des levens' verloren mocht gaan. God had het huwelijk immers ingesteld voor de voortplanting van het menselijk ras.

Aankondiging in de kerk

In de kerk werd met de woorden "Voornemens een christelijk huwelijk te sluiten zijn:..." een huwelijk aangekondigd. Mocht iemand een 'huwelijksbeletsel' weten, bijvoorbeeld dat één van de verloofden al getrouwd was, dan was deze persoon verplicht bezwaar maken bij de pastoor. Net zoals het bij een burgerlijk huwelijk (trouwen voor de wet) wettelijk verplicht was een voorgenomen huwelijk openbaar te maken, gold dat ook voor een kerkelijk huwelijk. Als een stel 'moest' trouwen, dan werd bij de aankondiging van het huwelijk de term 'christelijk' weggelaten, waarmee iedereen wist dat het meisje zwanger het huwelijk inging.

Huwelijksplechtigheid

huwelijksmis
Binnen de katholieke kerk is het huwelijk een sacrament. Man en vrouw dienen elkaar het huwelijkssacrament toe, waarbij de lokale pastoor of bisschop als getuige optreedt. Door het huwelijkssacrament ontvangen man en vrouw de genade (Bovennatuurlijke hulp van God, die mensen helpt als een goed christen te leven. Door als een goed christen te leven kan iemand het heil, het eeuwige leven bij God, bereiken.), die hen helpt aan de verplichtingen van een Christelijk huwelijk te voldoen. Een katholiek huwelijk kan niet ontbonden worden, bruid en bruidegom zijn namelijk door God met elkaar verbonden en wat door God verbonden is kan door geen mens verbroken worden. Wel kan een huwelijk door een kerkelijke rechtbank ongeldig of nietig verklaard worden, wat wil zeggen dat het huwelijk eenvoudigweg nooit heeft bestaan.

Moetje

Alleen binnen het huwelijk mocht aan seks gedaan worden, voor het huwelijk met elkaar naar bed gaan was uit den boze. Wanneer een vrouw zwanger raakte, voordat ze getrouwd was, moest ze trouwen, in de volksmond een 'moetje' genoemd. Ongehuwd moederschap gold tot in de jaren zestig als een schande, niet alleen onder katholieken, maar ook onder protestanten. Deze confessionele richtingen kenden eigen rituelen om degenen die zich niet aan de huwelijksmoraal hadden gehouden, te bestraffen. Die straf was bedoeld om hen weer met de eigen geloofsgemeenschap te verzoenen. De schande van het ongehuwd ouderschap was groter voor vrouwen dan voor mannen die kinderen buiten het huwelijk verwekten. Vrouwen die niet als maagd het huwelijk ingingen, mochten niet in het (maagdelijk) wit trouwen. Seksuele gemeenschap vóór het huwelijk was niet ongebruikelijk. Werd een jonge vrouw zwanger, dan kon het paar door snel te trouwen, ervoor zorgen dat de 'schande' beperkt bleef. Schande werd er dan vaak wel van gesproken als er een kind binnen zes of zeven maanden na het huwelijk geboren werd. Deze baby's werden wel de zevenmaandskindjes genoemd. Er werd ook niet altijd getrouwd, er bestonden verschillende katholieke tehuizen voor ongehuwde jonge moeders. Stellen, die 'moesten' trouwen, mochten niet trouwen in de kerk, maar moesten het doen met een plechtigheid in de sacristie (de ruimte waar de priester zich voor de mis omkleedt).

Grote gezinnen

Een foto en een spotprent over het huisbezoek van pastoors
Het huwelijk gold als door God ingesteld, bedoeld voor de voortplanting en de opvoeding van kinderen in de katholieke geest.

Voordat een paar kon trouwen, moest eerst de huwelijksbiecht worden afgelegd. Niet zelden gaf de pastoor of kapelaan dan een kleine seksuele voorlichting. In principe mochten katholieken niet aan geboortebeperking doen; voorbehoedsmiddelen waren uit den boze. Echtparen werden door de kerk gestimuleerd om grote gezinnen te stichten. Hoewel lang niet iedereen op dit punt de kerk gehoorzaamde, waren Nederlandse katholieke gezinnen lange tijd de grootste in West-Europa. Met name op het platteland kwamen grote gezinnen veel voor. Katholieken werden hierom vooral voor de Tweede Wereldoorlog gewantrouwd door de rest van Nederlanders. Men dacht namelijk dat ze de grootste en machtigste bevolkingsgroep van Nederland wilden worden. Na de Tweede Wereldoorlog gold de beperking van het kindertal als noodzakelijke ingreep om de economie er bovenop te helpen. De katholieken vielen met het relatief hoge geboortecijfer ook nu weer uit de toon.

Taakverdeling

poster van de K.A.B.
De ideale taakverdeling in het huwelijk was duidelijk: de man werkte en de vrouw zorgde voor het huishouden en de kinderen. De man stond aan het hoofd van het gezin en de vrouw was de zorgende steun en toeverlaat van haar echtgenoot. Dat wil niet zeggen dat dit de standaard in elk katholiek gezin was. Vooral in gezinnen uit de midden- en hogere klassen van de samenleving werkten vrouwen gewoon mee.

Ongetrouwden

Huishoudsters van een pastoor
Hoewel volgens de kerkleiders in Rome het gezin de hoeksteen van de samenleving was, waren er, net als nu, mensen, die niet trouwden: sommigen, omdat ze voor een leven als priester, religieus of als religieuze kozen, anderen, omdat ze geen partner konden of wilden vinden.

Afname invloed kerk

Vanaf de jaren 1960 nam de invloed van de kerk op het huwelijks- en gezinsleven snel af. Huwelijken tussen katholieken en niet-katholieken kwamen meer voor, er werden op grotere schaal voorbehoedmiddelen gebruikt en jongeren hadden vaker seks voor het huwelijk. Enkele geestelijken, zoals de populaire bisschop Bekkers bisschop Bekkers verklaarden bovendien publiekelijk dat huwelijkspartners zelf mochten bepalen hoeveel kinderen zij kregen, en niet de kerk. Veranderende opvattingen over de rol van man en vrouw in het gezin - bijvoorbeeld het idee dat een vrouw ook kon gaan werken, terwijl de man thuis bleef - vonden ook bij katholieken ingang.

Ondanks de veranderende maatschappelijke opvattingen blijft de kerk officieel bij haar standpunt over het huwelijk en het gezin als hoeksteen van de samenleving.

Verwijzingen

Beeld- en bronmateriaal

Literatuur

  • Marga Kerklaan (red.) ' Zodoende was de vrouw maar een mens om kinderen te krijgen' 300 brieven over het roomse huwelijksleven' (Baarn, 1987)

Een bloemlezing uit 300 brieven van drie generaties katholieke moeders, die vertellen over hoe zij de bemoeienis van de katholieke kerk met het huwelijksleven ervaren hebben. De titel doet een collectie klaagzangen over de onderdrukking van de katholieke vrouw vermoeden, maar ook neutrale en ronduit positieve verhalen komen ruimschoots aan bod. Geeft een direct en persoonlijk beeld van de ervaringen van katholieke vrouwen.

  • Roger Burggraeve, Michel Cloet, Karel Dobbelaere, Lambert Leijsen (red.) Levensrituelen. Het huwelijk. (Leuven, 2000)

Te omschrijven als een breed en degelijk handboek over het katholieke huwelijk. Het huwelijk wordt vanuit een historische, antropologische, sociologische en theologische invalshoek benaderd.

  • Marloes Schoonheim, Mixing ovaries and rosaries : Catholic religion and reproduction in the Netherlands, 1870-1970.

Proefschrift over de relatie tussen katholiek geloof en de grootte van gezinnen in Nederland. Online versie

  • Marga Kerklaan, Van huis uit. Drie generaties katholieken over de invloed van de secularisatie op de beleving van seksualiteit, gezin en geloof (Baarn 1994).


Externe verwijzingen

  • 'Andere tijden' over De Bond van Groote gezinnen .

Een aantal artikelen en een aflevering over De Bond van Groote Gezinnen. Item van Andere Tijden over grote katholieke gezinnen. Extra aandacht wordt besteed aan de De Bond van Groote Gezinnen en de film, die deze bond in de jaren dertig heeft laten maken.

Persoonlijke instellingen