Humanae vitae

Uit Digitaal Katholiek Erfgoedhuis

Ga naar: navigatie, zoeken
voorpagina van de Nederlandse vertaling van Humanae Vitae
Het thema geboortebeperking kreeg begin jaren 1960 een zekere mate van urgentie.

Vooral de snelle groei van de wereldbevolking en de veranderende positie van vrouwen in de samenleving droegen daaraan bij. Toch kwam het thema als zodanig niet of nauwelijks aan de orde tijdens het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Paus Johannes XIII, die dit concilie bijeen had geroepen, stelde in 1963 een commissie in. Van zijn opvolger Paulus VI kreeg deze de opdracht de visie van de kerk op seksualiteit binnen het huwelijk te belichten. Deze commissie (waarin ook vrouwen vertegenwoordigd waren) bracht een rapport uit dat in april 1967 naar de pers werd gelekt. In de aanbevelingen stuurde zij aan op verandering van de kerkelijke huwelijksmoraal, zónder dat seksualiteit, huwelijk en voortplanting als grondwaarden werden aangetast. Praktisch betekende dit dat de commissie graag zag dat seksuele handelingen die niet direct tot voortplanting leidden, niet langer als zondig golden, dat liefde als centrale waarde in de huwelijksverbintenis onderstreept werd en dat voortplanting niet langer als primaire doel van het huwelijk zou gelden. Deze visie maakte geboortebeperking toelaatbaar. Paus Paulus VI nam de aanbevelingen van de commissie echter niet zonder meer over en hield vast aan de veroordeling van kunstmatige geboortebeperking. In zijn encycliek Humanae Vitae stelde hij de vraag of de moderne mens ‘de overdracht van het leven liever aan zijn verstand en wil toevertrouwen dan aan de wetmatigheden van zijn lichaam’. Zijn antwoord daarop luidde nee en dit betekende een afwijzing van anticonceptie. Voor de katholieke kerk bleven huwelijksdaad en voortplanting aan elkaar gekoppeld. ‘Trouw aan het plan van God’ betekende dat er niet mocht worden ingegrepen om zwangerschap te voorkomen. Wie dat wel deed, keerde zich tegen God. Juist omdat de algemene verwachting was dat de kerk op het punt van anticonceptie tegemoet zou komen aan wat inmiddels veel gelovigen wilden en soms ook al praktiseerden, viel de encycliek slecht. Ook in Nederland, waar bisschop Bekkers met zijn fameus geworden televisietoespraak uit 1963 expliciet de verantwoordelijkheid voor de gezinsgrootte bij de ouders had neergelegd – een verantwoordelijkheid waarin volgens hem geen priester of arts mocht treden. Een deel van de gelovigen twijfelde aan de geloofwaardigheid van kerk en geestelijkheid en lieten de kerk voortaan voor wat zij was. Humanae Vitae leidde bovendien tot een hausse aan uittredingen van priesters en religieuzen die de kerk niet langer officieel wensten te vertegenwoordigen.

Persoonlijke instellingen