Doopsel

Uit Digitaal Katholiek Erfgoedhuis

Ga naar: navigatie, zoeken

De doop, of doopsel (de officiële benaming uit de katholieke kerk) is een rituele afwassing van de zonden. In het Christendom is het doopsel het overgangsritueel waardoor men tot de christelijke gemeenschap toetreedt. Strikt genomen is voor katholieken het doopsel een voorwaarde om in de hemel te komen. Daarom zijn lange tijd pasgeboren kinderen zo snel mogelijk gedoopt. Door middel van het doopsel wordt namelijk de erfzonde afgewassen. Ieder mens wordt zondig geboren, dit idee heet de erfzonde. Iemand die belast is met de erfzonde kan niet naar de hemel.

Het doopsel begint met een gebed. Hierna volgt een geloofsbelijdenis. Daarna wordt het kind, terwijl het door de peter of meter wordt vastgehouden, door de priester met olie, het chrisma, gezalfd en vervolgens met gewijd water besprenkeld. Het doopsel eindigt met de optekening van de naam van het kind in het doopregister.

Voor het tweede Vaticaans concilie werd er bij de uitvoering van het doopsel latijn gesproken. Ook werd de duivel tot driemaal toe uitgedreven. De vraag is of de meeste ouders van de betekenis van het ritueel goed kenden, aangezien het ritueel in het Latijn werd voltrokken.

Persoonlijke instellingen