Carnaval

Uit Digitaal Katholiek Erfgoedhuis

Ga naar: navigatie, zoeken

Deze feestperiode is een gebruik waarbij katholieken vóór het begin van de veertigdaagse vasten zich nog eens flink kunnen uitleven. Carnaval komt volgens de kerkgeleerden van de Latijnse woorden carne vale, wat afscheid van vlees betekent. Volgens anderen komt het van carrus navalis, wat duidt op de scheepswagen die in veel carnavalsoptochten wordt meegevoerd of op het schip waarmee de Germaanse/Keltische god van de zee uit het noorden kwam om deel te nemen aan de winterfeesten. Carnaval begint op de zondag 7 weken voor paaszondag, hoewel tegenwoordig op de zaterdag ook al carnaval wordt gevierd. Het feest eindigt op Vastenavond, de avond voor Aswoensdag. Officieel behoort Carnaval niet tot de rooms-katholieke feestdagen, maar dit echte katholieke volksfeest werd al in de Middeleeuwen gevierd. Over de oorsprong doen verschillende theorieën de ronde: er wordt gezegd dat Carnaval een gekerstende versie van een Germaans vruchtbaarheidsfeest is, anderen beweren dat Carnval is ingesteld door de kerk als een overgangsritueel om de drempel naar de vasten te verlagen. In de 18e en 19e eeuw was deze traditie bijna verdwenen, maar na de Tweede Wereldoorlog werd het in met name Noord-Brabant en Limburg weer uitbundig gevierd.

Er bestaan veel regionale verschillen in de tradities bij het vieren van Carnaval. Tijdens carnaval verkleden mensen zich in bijzondere kostuums en is er vaak een praalwagenoptocht. Er wordt veel gegeten en gedronken en alles draait om het gek doen. Geestelijken waren daarom ook niet altijd blij met de viering van carnaval en waarschuwden voor losbandigheid. Gedurende de twintigste eeuw won het feest echter aan populariteit en werd het ook steeds meer ‘boven de rivieren’ van Nederland gevierd. De relatie tot de vastenperiode die volgde op het carnaval is nu echter bijna geheel verdwenen.

Persoonlijke instellingen