Bestand:Conceptieregeling.jpg

Uit Digitaal Katholiek Erfgoedhuis

Ga naar: navigatie, zoeken

Beschrijving

Omslag van een brochure over conceptieregeling. Eind jaren 1950 veranderde de toon van het debat over huwelijk en seksualiteit. Deze brochure is daar een voorbeeld van. Zij werd uitgebracht door het Nederlands Gesprekcentrum, dat zich ten doel stelde ‘het gesprek te bevorderen tussen personen van onderscheiden geestelijke en politieke overtuiging en maatschappelijke positie, waardoor wederzijds begrip voor elkaar gewekt wordt en een beter inzicht in de wederzijdse standpunten bereikt wordt’. Behalve artsen maakten theologen van deze commissie deel uit. De katholieken leverden bovendien de enige vrouw, mevrouw C.E. [Lizzy] Breman-Schouten, een bekeerlinge die haar huis in Laren geregeld voor kunstenaars en literatoren openstelde. Zij heeft maar enkele zittingen van de commissie bij kunnen wonen, waardoor ‘de commissie wel een eenzijdig mannelijke samenstelling ging vertonen’, zoals enigszins zelfkritisch in het voorwoord werd opgemerkt. Uitgangspunt van de commissie was dat ‘het sexuele’ in het huwelijk een essentiële plaats innam. Daarom achtte de commissie voorlichting noodzakelijk, want er werd onnodig geheimzinnig gedaan ‘over allerlei zaken, die de sexuele gemeenschap van man en vrouw betreffen, als ware deze gemeenschap iets van onbehoorlijke aard (…)’. Wel benadrukte men dat huwelijk en seksualiteit waren ingebed in een religieus dan wel levensbeschouwelijk kader. Dit kader was voor katholieken en orthodox gereformeerden normatief. De Nederlands Hervormde en humanistische leden van de commissie stelden daarentegen het menselijk welzijn en welbevinden voorop. De commissie vond dat de gezinsgrootte een zaak was van de ouders. Zij moesten hierover in eigen geweten een besluit nemen. Niet een maximum aan kinderen, maar een ‘optimum’ moest het doel zijn. En wat het optimale kindertal was, hing van verschillende factoren af (gezondheid, gezinssamenstelling, financiële mogelijkheden, genetische aanleg). Over de vraag of externe instanties als een arts of een priester invloed mocht hebben over de beslissing rond het kindertal, verschilden de meningen van de commissieleden. De rooms-katholieke leden vonden van wel, omdat het huwelijk nu eenmaal een sacrament was, waarbinnen voortplanting het primaire doel bleef. Net als voor de gereformeerde leden beschouwden zij kinderen als een zegen van God, gegeven om Zijn gemeente in stand te houden. Toch laat hun standpunt – dat ruimte laat voor het eigen geweten en voor een ‘optimum’ en geen ‘maximum’ aan kinderen – enige ambivalentie zien.

Jaar: 1957.

Auteur: © C.E. Breman-Schouten e.a.

Herkomst: Nederlands gesprekcentrum.

Bestandsgeschiedenis

Klik op een datum/tijd om het bestand te zien zoals het destijds was.

(Nieuwste | Oudste) (50 nieuwere) (50 oudere) (20 | 50 | 100 | 250 | 500) bekijken.
Datum/tijdMiniatuurafbeeldingAfmetingenGebruikerOpmerking
huidige versie2 jun 2010 09:08Miniatuurafbeelding voor versie per 2 jun 2010 09:08550x600 (60 kB)Ramses (Overleg | bijdragen) (==Beschrijving== Omslag van een brochure over conceptieregeling. Eind jaren 1950 veranderde de toon van het debat over huwelijk en seksualiteit. Deze brochure is daar een voorbeeld van. Zij werd uitgebracht door het Nederlands Gesprekcentrum, dat zich ten)
(Nieuwste | Oudste) (50 nieuwere) (50 oudere) (20 | 50 | 100 | 250 | 500) bekijken.

Geen enkele pagina gebruikt dit bestand.

Persoonlijke instellingen